Al zeker vijf keer is de grensrechter die tegen Costa Rica de zijlijnen afsnelde in mijn slaap voorbij gekomen. De Tibetaans ogende man die zijn stok in 90 minuten vaker omhoog krijgt dan ik. Na vier diepe denksessies weet ik waarom, en hij heeft inderdaad gelijk. Ik heb mezelf inderdaad regelmatig buitenspel gezet de afgelopen tijd.
“Wat doe jij dan voor werk, Jeroen?” is een logische maar pijnlijke vraag als je werkloos bent. Als de dame in kwestie drie van de vier keer ineens naar het toilet moet – en nooit meer terugkomt – weet je dat “Ik ben werkloos” geen smaakmakend antwoord is. Dan ben je ineens die gast in de band die de kleine triangel speelt.
“Ik studeer nog” is een beter antwoord, maar na wat vervolgvragen weet ze dat ik een avondstudie volg en vraagt ze zich terecht af wat ik dan overdag uitspook. En dan zijn we weer terug bij af. “Ik zit op de bank” is dan ook geen geschikt antwoord. Dat hoort bij de vraag “En waar voetbal je dan?”. Daarvan dacht ik twee jaar terug nog dat ze me vedette noemden. Ik verstond het nooit goed, maar nu realiseer ik me dat ze toen ‘de vette’ riepen.
Enfin, ik sta nog 26 dagen buitenspel en dan kan ik weer aan de bak. In mijn werkloze vijf maanden heb ik meer dan een jaar studie verricht. Als je de kuil in de bank ziet zou je misschien anders denken, maar ik heb absoluut niet stilgezeten. Nog twee minoren en een beetje afstuderen en dan hang ik de vlag van de grensrechter uit.